MET LIVIN’ BLUES KOMT DE BLUES TOT LEVEN


De Haagse bluesrockgroep Livin’ Blues is in 1967 opgericht. Een jaar later wordt een door George Kooymans geschreven song, “Murphy McCoy”, uitgebracht op single. In de bezetting met drummer Cesar Zuiderwijk, Grard Strötbaum op bas, gitarist Ted Oberg, mondharmonicaspeler John Legrand en zanger Nicko Christiansen is de band het voorprogramma van Fleetwood Mac in Nederland in 1969. Nicko zien we terug op het podium van het reünieconcert in Heerenveen op 24 oktober, als enig overgebleven origineel Livin’ Blues lid.


Rond 1970 wordt de band met Cuby + Blizzards gerekend tot de absolute top van de Nederlandse blueswereld. 
Voordat het album “Hell’s Session” wordt opgenomen vertrekt Störtbaum en neemt Henk Smitskamp zijn plaats in. “Session” kan de vergelijking met platen van witte bluesbands als John Mayall’s Bluesbreakers en Fleetwood Mac glansrijk aan. Een wereldband derhalve!


In 1970 vertrekt Zuiderwijk naar Golden Earring, gaat Smitskamp in Sandy Coast spelen en worden vervangen door Dick Beekman van Cuby en Ruud van Buuren uit Groep 1850. Hoewel de bnd nog steeds als bluesgroep kan worden aangemerkt beginnen invloeden van progressieve rock door te dringen. Dit valt te beluisteren op het album “Wang Dang Doodle”. Zo doet de gitaarriff uit het titelnummer denken aan “Black Night” van Deep Purple.


Met succes toert Livin’ Blues door heel Europa en verzorgt optredens van Engeland tot Italië. In 1971 verlaat Beekman de groep noodgedwongen en neemt John le Jeune de stokken va hem over. De LP “Bamboozle” wordt opgenomen, waarvan “L.B.Boogie” een internationale hit wordt. Weer volgt er een slagwerkwissel, Arjen Kamminga drumt op het door Mike Vernon geproduceerde album “Rockin’ at the Tweedmill”. Wegens rugklachten echter verlaat hij alweer snel de band en wordt Kenny Lamb van de Engelse leesgroep Jellybread de nieuwe drummer.


Het “Ram Jam Rosey” is al nauwelijks meer een bluesplaat te noemen – het lijkt de laatste plat van het gouden tijdperk van Livin’ Blues te zijn: in 1974 valt de groep uit elkaar. Ted Oberg ziet zich als enig overgebleven LB’er gedwongen door het platencontract met Ariola de band voort te zetten. De disco-hit “Boogie Woogie Woman” komt uit met een geheel nieuwe bezetting die daarna voortdurend blijft wisselen.

Het gaat bergafwaarts met de band en komt in 1978 zonder platencontract te zitten.


Historie

Livin’ Blues

In 1980 besluit Oberg Christiansen en LaGrand terug te halen en richt zich met bassist Evert Willemstein en drummer Boris Wassenberg opnieuw op de bluesrock. Nadat Oberg in 1986 stopt en Christiansen het in 1987 nog eens met andere muzikanten probeert valt het doek in 1989 voor Livin’ Blues. Op 24 oktober staat de groep dus op het Heerenveense podium en brengt de blues tot leven. Nicko Christiansen (zang, saxofoon, percussie) speelt met gitarist Loek van der Knaap, bassist Jeroen van Niele, drummer Kees van Krugten en Bas Kleine op mondharmonica.


Livin' Blues is door de Dutch Blues Foundation op zondag 9 februari 2014 toegevoegd aan de Dutch Blues Hall of Fame.

Zanger/saxofonist Nico Christiansen nam de prijs in ontvangst en wel in goed gezelschap van ex-Livin' Blues drummer Cesar Zuiderwijk en ex-Livin' Blues bassist Ruud van Buren.


De uitreiking vond plaats in "De Rustende Jager" in Nieuw-Vennep.


Website door: Fase2